Ik sport vrij veel en zat daar pas eens over na te denken. Je hebt van die momenten. Ik begon ooit op mijn zesde met tennis en heb dat tot mijn veertiende volgehouden. Toen keek ik eens naar de gewonnen bekers, bedacht ik dat ik niet meer beter kon worden en gooide het racket in de hoek. (Voor de duidelijkheid: dat was vooral uit luiheid.)
Daarna kwam ik in de greep van het basketbal. Michael Jordan hing overal aan de muur in mijn kamer. Ik was dan wel blank en kon dus niet springen, maar wel goed mikken. Wat een teleurstelling werd dat. Ik kwam in een team met, ik kan het niet anders omschrijven, regelrechte losers die al moeite hadden om de bal vast te houden. Laat staan ooit behoorlijk te dribbelen of te scoren. Het idee om elke zaterdag met die groep zwetende idioten in xc3xa9xc3xa9n kleedkamer te moeten zitten, was op het laatst al genoeg om kokhalzend mijn tas in te pakken. Einde carrixc3xa8re dus.
Na drie jaar van af en toe squashen, niks doen en langzaam uitdijende heupen, besloot ik “maar weer eens wat te gaan bewegen”. Aangezien ik inmiddels verhuisd was naar een flat met een fitnesscentrum op de hoek, was de keuze snel gemaakt. Erg leuk en, zo bleek na enkele maanden, ook effectief. De oude Steven kwam weer onder het vet vandaan. Diabetes deed de rest en inmiddels ben ik weer op mijn oude gewicht.
Waar ik echter vooral over na moest denken, was over het feit dat ik teamsporten nooit leuk heb gevonden. Basketbal vond ik leuk toen ik alleen stond te spelen op een veldje in de buurt. In een team was het waardeloos. Tennis was grotendeels individueel en fitness doe ik liever ook niet in groepsverband (zwetende mannen…braak).
Aangezien ik geen broers of zussen heb, stelde ik mezelf de vraag: houd ik van individuele sporten omdat ik gewend ben alleen te zijn? Of houd ik niet van teamsporten omdat ik niet geleerd heb om goed met anderen samen te werken?